Trinity

Hr Solutions

Open deuren

“Life is no straight and easy corridor along which we travel free and unhampered, but a maze of passages, through which we must seek our way, lost and confused, now and again checked in a blind alley.
But always, if we have faith, a door will open for us, not perhaps one that we ourselves would ever have thought of, but one that will ultimately prove good for us”

Ik ben niet zo gek op quotes maar deze van de Schotse schrijver Cronin stond in een klein boekje dat ik van een klant kreeg. En hij bleef hangen. Hoe meer ik hem lees, hoe meer waarheid ik erin terugvind. Waarheid over de coachingtrajecten die ik afleg met mijn klanten. En waarheid over mijn eigen pad, dat soms recht naar zijn doel gaat, maar soms ook meer op een Walibi-rit lijkt. En ja hoor, ook ik heb al mijn ‘fair share of blind alleys’ gekend.

Eén ding heb ik geleerd: uitdagingen zijn er om aan te gaan. We moeten verder en er is altijd wel een deur en een uitweg. Af en toe moet je ’s een weg inslaan die doodloopt. Dat zijn vaak momenten waarop je heel veel over jezelf leert, en dat helpt dan weer op momenten dat het pad wel rechtdoor gaat.

Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur

 

“We leven in een turbulente tijd, waarin de enige zekerheid lijkt te bestaan uit verandering. In een hoog tempo doen zich nieuwe kansen en bedreigingen voor terwijl veel organisaties worstelen om tot de noodzakelijke verandering te komen. Het lukt ze maar niet die cultuuromslag te bewerkstelligen”.

Ja, met zo’n zin heb je mij dus mee. Bovendien volgde ik zo’n vijf jaar geleden een opleiding bij iemand die me dit boek had aangeprezen. En ook een collega was vol lof. Richting kassa dan maar. Het bleek geen roman om in de zomerzon te lezen. Het is echt wel zware lectuur waarbij je een volledig instrumentarium krijgt aangereikt. Het schetst het theoretische kader van verschillende typen organisatieculturen gebaseerd op het beproefde model van concurrerende waarden, dat werd ontwikkeld door Quinn, een van de auteurs.

Het goede nieuws. Het is de eerste keer dat ik zo’n mooi overzicht krijg van de verschillende organisatieculturen.Haarfijn loodsen de auteurs de lezer doorheen de verschillende klassieke typen van organisatieculturen. Ze leggen uit welke cultuur en welke leiderschapsvorm er het beste past bij welke organisatie. Het slechtere nieuws? Ondanks het feit dat Quinn en Cameron mij een kant-en-klaar stappenplan aanreiken waarmee ik ‘direct’ zelf aan de slag kan, waren ze me halfweg toch wel kwijt. Het gaat te ver, er wordt te veel info aangeboden, met te veel details en soms was het gewoon te vergezocht.

Het model van de concurrerende waarden

Eén ding is wel blijven hangen: het model van de concurrerende waarden. Quinn en Cameron maakten een theoretisch model voor het beoordelen van organisatieculturen. Dit is het resultaat van jaren onderzoek, niet alleen van hen trouwens.Het model bestaat uit vier kwadranten: familie, adhocratie, markt en hiërarchie. Die passen bij de belangrijkste organisatievormen uit de organisatiewetenschappen en sluiten aan bij de belangrijkste managementtheorieën over het succes van organisaties, benaderingen van organisatorische kwaliteiten, leiderschapsrollen en managementvaardigheden. Interessante vaststelling op zich.

 

De rol van HRM

Als we dit bekijken vanuit het oogpunt van humanresourcemanagement, zien we hoe dit model van organisatorische veranderingen en verbeteringen door de personeelsmanager kunnen worden bevorderd: het geeft de personeelsfunctie een strategischer, inclusiever en rationeler karakter.

  • In een organisatie waar we meer familie willen speelt HRM de rol van belangenbehartiger van het personeel door in te spelen op hun behoeften. De doelstelling: cohesie en betrokkenheid.
  • In de adhocratische structuur of organisatie is HRM eerder de veranderaar die moet zorgen voor het faciliteren van transformaties. Met als doel organisatorische vernieuwing.
  • De rol van HRM in een hiërarchische structuur is dan weer eerder die van bestuurlijke specialist.
  • Terwijl in een marktcultuur de HRM een partner in de bedrijfsvoering is.

Aan de hand van een paar vragen in het boek, kom je al gauw tot een korte en correcte analyse van de organisatie waarin je bent terechtgekomen. En dat is boeiend, zeker voor mensen als ik die werken op veel verschillende projecten. Vaak voel je dat de energie anders zit in een bepaald bedrijf maar kan je er de vinger niet dadelijk op leggen. Met deze knowhow op zak maak ik nu snel deze analyse en tot op vandaag liet ze mij nog niet in de steek. Dit wil niet zeggen dat ik mijn persoonlijkheid aanpas maar ik begrijp het mechanisme van de organisatie veel beter waardoor ik er niet in vastloop. En op die manier is het behalen van succes(sen) een stuk eenvoudiger. Bovendien kan je op een eenvoudige manier de vinger leggen waarom een bedrijfscultuur is wat ze vandaag is en wat er moet gebeuren om deze te doen veranderen. Het model bewijst iets wat ik al jaren in de praktijk ondervind: verandering komt er niet als het bovenaf wordt beslist en opgelegd. Verandering komt er alleen als het ganse bedrijf mee aan de kar trekt.

 

“De kracht van Kwetsbaarheid. Heb de moed om niet perfect te willen zijn”,
Brené Brown

IMG_0017Kwetsbaarheid is geen teken van zwakte. Integendeel. Dit boek van Brown beklemtoont dat kwetsbaarheid eerder een teken van moed en betrokkenheid is.

Brown geeft doorheen de verschillende hoofdstukken een paar fijne inzichten over kwetsbaarheid in al haar gedaanten: op het werk, in relaties of opvoeding. Ze reikt praktische handvaten aan over hoe we er best mee omgaan. “Hoe kan kwetsbaarheid ons helpen?,” wilde ze weten. Het antwoord op die vraag weet ze uitstekend over te brengen.

Het boek maakte veel in me los en veel voorbeelden gebruik ik zelf tijdens coachings en opleidingen.

Kwelduivelbestrijding

Vooral het derde hoofdstuk, Grip op schaamte: een korte cursus kwelduivelbestrijding, is echt blijven hangen. De eerste zinnen waren meteen raak. Brené schrijft dat schaamte aan kracht wint wanneer we onze mond houden. Dat schaamte er een hekel aan heeft om in woorden gevat te worden. Want eens we onze schaamte verwoorden, begint ze te verschrompelen.

Nagels met koppen, dacht ik toen. Het is niet alleen mooi verwoord, het is ook ontzettend waar. En heel herkenbaar. Het deed me denken aan een reeks situaties, zowel privé als op het werk. Eéntje daarvan wil ik graag met jullie delen.

Een tijd geleden moest ik iemand opleiden op de HR-dienst van een klant. Een superdame. Integer en intelligent. Een echt talent! Toch ging ze gebukt onder schaamte. Het leven was niet mild voor haar geweest de laatste jaren. Het was onwaarschijnlijk hoeveel energie ze stak in het ontwijken van moeilijke onderwerpen.

Op een blauwe maandag ergens in november vorig jaar nam ze het heft in eigen handen. Ze begon haar kwelduivels te bestrijden en liet ze los. Veel te lang had ze met schaamtegevoelens gezeten, type “Ik ben niet goed genoeg”. Pas toen ze die schaamte benoemde, besefte ze dat ze zichzelf niet kon zijn. Omdat ze bang was. Bang voor wat anderen van haar dachten. Ze was verdomd goed in schaamte, maar kwetsbaar zijn, lukte haar niet.

Mocht je haar vandaag ontmoeten zou je amper geloven dat dit over haar gaat. En dat ze zo’n bijzondere weg heeft weten af te leggen. Vandaag staat ze er. Ze staat zelf aan het roer, neemt haar eigen beslissingen en weet dat ze de moeite waard is.

Ze is lang niet de enige. Misschien helpt het wel om te weten dat iedereen schaamte kent. De kunst is om onze scherpe kantjes te omarmen. Om te weten dat we ons er helemaal niet voor hoeven te schamen. Doen we dat wel, geloven we dat we niet goed genoeg zijn. Erger nog: we gaan ons gedragen naar onze schaamte. Als we betrokkenheid en verbondenheid willen voelen, moeten we kwetsbaar (durven) zijn.

Kwetsbaarheid en innovatie

Brown beschrijft hoe schaamte ons klein, boos en bang houdt. In onze van schaamte doordrongen cultuur stimuleren leiders mensen bewust of onbewust hun eigenwaarde te koppelen aan wat ze produceren. Daarin ziet ze een gebrek aan betrokkenheid en persoonlijke verantwoordelijkheid. Maar ook geroddel, stagnatie, voortrekkerij en een totaal gebrek aan creativiteit en innovatie.

Werk je met groepen of leid je een team, onthoud dan dit: telkens als iemand een idee verzwijgt, een manager broodnodige feedback weigert of niet eerlijk durft te zijn tegen een cliënt, speelt schaamte een rol. Schaamte die stamt uit een diepgewortelde angst om ongelijk te hebben, of om ons minderwaardig te voelen. Het gevolg? Jouw team zal de nodige risico’s niet durven nemen om vooruit te gaan.

Wil je een innovatieve en creatieve cultuur? Zorg dan voor een omgeving waar mensen zich kwetsbaar durven opstellen. Begin bij jezelf. Een manager hoeft niet altijd de touwtjes in handen te hebben. Je hoeft niet óveral een antwoord op te hebben. Dat idee is achterhaald. Je collega’s krijgen het gevoel dat ze minder weten, minder waard zijn, en zullen risico’s vermijden. En dat is funest voor innovatie.

Ik kan nog honderden inzichten uit het boek met jullie delen, maar dat is niet de bedoeling van mijn boekbeschrijving. Lees het vooral zelf! Het is een boek dat aangenaam leest, sprekende voorbeelden aanhaalt en vooral bruikbare tips meegeeft. Ik deed een heel aantal nieuwe inzichten op en een aantal werden bevestigd. Mocht het op je nachtkastje liggen, sla het dan zeker eens open. Het is de moeite waard.

over(LEVEN)

petraSinds ik als zelfstandige aan het werk ben, ondertussen bijna 2 jaar, lees ik heel wat boeken die in meer of mindere mate betrekking hebben op mijn werk. Vaak lees ik boeken van mensen die ik niet (persoonlijk) ken, heel soms heb ik de eer om de ene of andere schrijver toch ‘s tegen het lijf te lopen. En dat is altijd een fijne ervaring! Vandaag wil ik jullie mijn ervaring delen over een boek van iemand die ik ken, van op het werk, en waar ik uitzonderlijk veel respect voor heb. Ik heb het over Petra De Sutter en haar boek (over)leven.

In dit boek vertelt Petra openhartig over haar leven, haar passies en de bepalende momenten in haar leven. (over)leven gaat over veerkracht, het aangaan van uitdagingen en de ‘maakbaarheid’ van grenzen maar ook over liefde en vrijheid.

In een kleine 200 pagina’s vertelt Petra op een zeer bevattelijke manier haar leven. De weken nadat ik het boek had gelezen, leken heel wat verhalen van mensen rondom mij linken te hebben met het levensverhaal van Petra. Meer zelfs ook mijn persoonlijk verhaal werd herkauwd. De persoon die Petra vandaag is, is de vrucht van een zoektocht, een tocht van vallen en opstaan, passie, verdriet en engagement.

Persoonlijk denk ik nogal in beelden, het lijkt zelfs alsof ik bepaalde dingen niet ten volle begrijp tot ik ze kan zien (niet fysiek maar in mijn hoofd). Zo heb ik het wel eens over het beeld van de bal. Zo’n grote springbal waarop je kan zitten, en die vergelijk ik met het leven. Hoe ouder de bal, dus hoe langer je leeft, hoe meer krassen en littekens er op die bal zitten. En om de eigenaar van die bal te begrijpen moet je soms de krassen op die bal begrijpen. Als je net als ik dag in dag uit met mensen werkt en verandering tracht door te voeren, dan stoot je wel eens op tegenkanting. Soms begrijpelijk, soms moeilijk te begrijpen, soms regelrecht lastig. Het verhaal van Petra bracht mij weer tot het besef dat ik in die situaties op die littekens bots. En dat het die littekens zijn die ervoor zorgen dat die bepaalde persoon op dat moment die bepaalde stap niet of nog niet kan zetten. En als je dan in een rush zit … dan lijken die mensen een ware hindernis. Die ene persoon is op dat moment echt een storende factor.

Door het lezen van dit boek is het mij nog maar eens duidelijk geworden dat ik extra aandacht en respect moet hebben voor die tegenkanting. Die ‘moeilijke’ persoon is geen stoorzender. Ik moet wat geduldiger zijn. Meer dan eens kom ik tot het besef dat HR een traag gegeven is. Alle neuzen moeten in dezelfde richting staan want anders kan er geen verandering komen. Opnieuw kom ik tot het besef dat veranderingen in HR niet doorgedrukt kunnen worden maar dat we respect moeten tonen voor de mensen met littekens, de mensen die nog niet mee kunnen en misschien ook nooit mee zullen kunnen. Wanneer je dit niet doet, kwets je mensen zonder het te willen en te weten… en dat is iets dat ik niet wil doen.

In het boek (over)leven geeft Petra een paar voorbeelden van dingen die haar gekwetst hebben en ook vandaag nog kwetsen… Om heel eerlijk te zijn, heb ik sommige voorbeelden twee keer moeten lezen en heb ik mij daadwerkelijk in haar plaats moeten stellen om te begrijpen hoe pijnlijk ze voor haar wel moeten geweest zijn, of zijn. Een zeer pijnlijk besef voor mezelf: ik zie of voel niet altijd de kwetsuren van anderen en houd er dus niet altijd rekening mee. Gelukkig waren het merendeel van de foute opmerkingen of stellingen mij wel vanaf moment één duidelijk. Maar het blijft een constant aandachtspunt. Niet alleen voor mij, maar voor iedereen, denk ik.

Als afsluiter schrijft Petra: “Als ik morgen mijn leven zou moeten overdoen, zou het heel goed kunnen dat ik dezelfde route neem.”

Ik wil die zin graag even overnemen omdat ik na enig overdenken voor mezelf tot dezelfde beslissing ben gekomen. Met deze zin vat Petra voor mij haar boek zeer mooi samen: Het hoeft niet altijd gemakkelijk te zijn, het zijn net de hindernissen die ons laten leren en ons energie geven. Benut ze veeleer dan ze als negatief af te doen.

 

Het fluwelen konijn

konijnEen paar dagen voor mijn vertrek op vakantie belt mijn vader mij kort op.

“Zus”, zegt hij, “mag ik even langs komen? Ik heb een doos boeken voor jou. Het zijn jouw Tiny-boeken. Ons moe is de zolder aan het opkuisen en al die dingen moeten weg en ik dacht dat jij die boekjes wel zou willen, daarom heb ik ze opzij gezet”. Boekjes uit mijn kindertijd … Tiny? Die herinner ik mij amper.

Veel aandacht krijgen de boeken niet tot de avond voor vertrek op vakantie. Even snuisteren toch, denk ik … en inderdaad: Tiny maakt confituur, Tiny op de boerderij, Els op kostschool, Les Quatre Filles du docteur March, … en Het fluwelen konijn … Ja “Het fluwelen konijn” van Margery Williams. Dat boek was ik helemaal vergeten, enkel de cover doet een belletje rinkelen en ik herinner mij dat mijn vader er mij uit voorlas net voor het slapengaan. Het gaat over een pluchen konijn dat graag echt wil zijn, lees ik op de achterflap, maar verder kom ik niet.

Net voor ik de deur van ons huis definitief dichtsla richting Zaventem en richting vakantie rits ik het boekje nog snel mee. En zo vertrek ik als ‘volwassen vrouw’ met een sprookjesboek op vakantie.

Het is een bijzonder boek een aanrader, voor groot en klein. Ik wil er graag een stukje uit delen, want het verhaal geeft een antwoord op vragen die geregeld bij me opkomen. Wie zijn mensen echt? Hoe kan je iemand écht leren kennen? En omgekeerd, waarom kan ik bij sommige mensen echt mezelf zijn en wil dat bij anderen dan weer niet lukken?

‘Echt is niet hoe je gemaakt bent’, zei het Leren Paard.

‘Het is iets wat met je gebeurt. Als een kind lang, heel lang van je houdt, en niet alleen om met je te spelen, maar ECHT van je houdt, dan word je ECHT.’

‘Doet dat pijn?’ vraagt het Konijn.

‘Soms wel’, zei het Leren Paard, want hij sprak altijd de waarheid. ‘Maar als je Echt bent, dan geef je er niets om dat het pijn heeft gedaan.’

‘Gebeurt het allemaal ineens, net als opgewonden worden’, vroeg hij, ‘of beetje bij beetje?’.

‘Het gebeurt niet allemaal ineens’ zei het Leren Paard. ‘Je wordt het gewoon. Het duurt een hele tijd. Daarom gebeurt het niet vaak met dingen die gemakkelijk breken, of scherpe randen hebben, of heel voorzichtig behandeld moeten worden. In het algemeen ben je tegen de tijd dat je Echt wordt, meestal kaal geknuffeld, je ogen zijn eruit gevallen, je poten bengelen erbij en je ziet er haveloos uit. Maar dat geeft allemaal niets, want als je eenmaal Echt bent, ben je niet lelijk meer, behalve voor de mensen die het niet begrijpen.’

Mensen kunnen pas echt worden als er andere mensen zijn die van hen houden!

 

Vrouwen bluffen niet

vrouwenbluffennietVraag je je soms af hoe je best met collega’s van het andere geslacht omgaat? En zou er nu echt een verschil zijn tussen mannen en vrouwen, en zo ja, wat is dat dan?

Het antwoord op die vragen vind je in het boek ‘Vrouwen bluffen niet’, van Monic Bührs en Elisa de Groot. Ik las het boek ter voorbereiding van het Febelfin-event “Stratego® for women” waar ik gastspreker was, samen met Monic Bührs. De titel verwijst naar ‘Stratego voor vrouwen’, waarover ik vroeger al schreef.

Ik bereidde het debat voor met een vriendin om zo genoeg concrete voorbeelden te kunnen aanhalen. Het was frappant hoeveel we tegen dezelfde dingen opbotsten. Grote en kleine dingen waar we dagelijks of toch regelmatig tegenaan lopen. Situaties die ook terugkwamen in het nieuwe boek van Monic.

Het boek is kort – zo’n 90 pagina’s – en leest als een trein. Je krijgt een paar cruciale inzichten in de manier waarop mannen en vrouwen functioneren en hoe dit tot verwarring en irritatie kan leiden. De auteurs geven gevat en helder ook een aantal praktische tips die je onmiddellijk in de praktijk kan toepassen.

Het doel van dit boek is de ongeschreven regels in kaart te brengen om op die manier met gebundelde krachten – mannen en vrouwen – de organisatie tot een hoger niveau te tillen.

Handig, to-the-point en relevant: een aanrader!

Hoe word je een bedrijfsatleet?

bedrijfsatleetNee, ik heb de term niet zelf bedacht. ‘De bedrijfsatleet’ is de titel van het boek geschreven door Koen Gonnissen en Alain Goudsmet. Ze stonden jarenlang als sporters aan de top, werden later trainer en stellen vandaag hun ervaring ten dienste van het bedrijfsleven. Een interessant boek dat een antwoord probeert te bieden op een aantal pertinente vragen, zoals arbeidsduur, work-life balance, enz.

Ik wil graag even inzoomen op het hoofdstuk dat gaat over mentale versterking. Of: wat brengt ons in beweging en wat maakt dat we volhouden? Het antwoord, en ik citeer: “Om zijn volle rendement te bereiken en een stabiele energie op lange termijn te produceren , heeft het mentale behoefte aan drie essentiële bestanddelen:

  • Een duidelijke visie op de toekomst
  • Geloven in jezelf
  • Erkenning

Dit zijn de drie bouwstenen van duurzame mentale energie. Als onze geest door deze essentiële stimuli aangedreven wordt, zal hij beter gewapend zijn tegen alle obstakels. Hun aanwezigheid vormt nog geen garantie voor resultaat, maar als één ervan ontbreekt, is het resultaat in zijn totaal bedreigd!”.

Een duidelijke visie op de toekomst: no top secret!

Al te vaak merk ik dat mensen niet weten waar het bedrijf waarvoor ze werken, heen gaat, wat hun bedrijf wil realiseren. Totaal onduidelijk wordt het wanneer je aan mensen vraag wat hun plannen binnen het bedrijf zijn, en nog erger wordt het als je polst naar de plannen van het bedrijf met zijn medewerkers. Waarom denken bedrijfsleiders hier niet over na? Of beter misschien, waarom communiceren ze hier niet over? Wat is het voordeel om niet open en transparant te communiceren met je medewerkers? Wat is het voordeel van het niet-betrekken van de mensen die jou omringen en zich dagelijks inzetten om het bedrijf, de organisatie groter te maken? Ik zie het voordeel niet. Integendeel: ik zie veel mensen afhaken omdat deze toekomstvisie er niet is, of niet gedeeld wordt.

Geloven in jezelf: een beetje verlicht egoïsme kan geen kwaad

Een tweede essentiële bestanddeel is: geloven in jezelf, zo zeggen de auteurs.  Ook hier kan ik mij in vinden: hoe willen we immers iets realiseren als we geen zelfvertrouwen hebben? Met een positief zelfbeeld ontwikkelen we een positieve inwendige kracht om de grootste obstakels te overwinnen. En zelfvertrouwen leidt tot actie, dat merk je vooral na een positieve ervaring. Je kent het wel, dat gevoel als het je gelukt is om die ene partituur van Chopin te spelen, rits in 1 keertje en dan zit de drive er in … Je blijft oefenen en zet in op het tempo, de kleuren, het verhaal dat je zelf wil brengen. Dagelijks zit je achter de piano en je speelt tot het helemaal goed zit. Die boost, die innerlijke fierheid: daar gaat het hier over. Als ik dat zo beschrijf, dan voel ik die kracht bijna fysiek. En juist om dit gevoel te kunnen ervaren, hebben we nood aan “verlicht egoïsme”, aan een beetje tijd voor onszelf. Weet dat niemand jou die tijd cadeau zal geven: je zal die tijd moeten voorzien in je agenda! Als werkende mama van 2 zonen, ervaar ik dat dagelijks, maar ook bij mijn vriendinnen, collega’s en klanten zie ik hetzelfde gebeuren. Ze geven en geven energie en dit ten koste van zichzelf, ze putten zichzelf uit. Ik wil iedereen die dit herkent oproepen om goed voor zichzelf te zorgen zodat ze uiteindelijk ook beter voor anderen kunnen zorgen.

 

Erkenning: meer dan een schouderklopje

Het derde essentiële bestanddeel is erkenning.  Wie wordt er niet vrolijk van een  schouderklopje? Maar een mens heeft meer nodig dan een schouderklopje om zijn motivatie op langere termijn te behouden. Er moet ook een duidelijk en logisch verband zijn tussen de inspanning die je levert en de beloning die je daarvoor krijgt. Ik zie het hier soms de mist in gaan. Mensen moeten zich eerst maar ’s bewijzen. Er wordt van hen gevraagd om inspanningen te leveren zonder enige blijk van erkenning die de aanvankelijke motivatie verstevigt en bestendigt. Op die manier is een inspanning of leerproces naar mijn mening uitgesloten. Dat vreet energie, en op een bepaald moment is de batterij leeg. Terwijl erkenning, mensen begeleiden, een veel hogere ROI oplevert: mensen die zich erkend voelen, zijn gemotiveerder en efficiënter.

De man in de arena

the-man-in-the-arena2Bij gebrek aan plaats in mijn kasten moet ik opruimen. Mijn studieboeken moeten weg. Alles is verouderd en heel eerlijk ik bekijk die nooit meer. Mijn oma zou zeggen: “ Smat dei ramasse-poussière weg ma kintch.”

Maar toeval wil dat ik toch even door die hoop papieren ga. Mijn oog valt op een sociologieboek uit 1ste kan. Van die cursus herinner ik mij niets, behalve dan het onmogelijk multiple choice examen. Spijtig, want ik val op een ongemeen mooie passage uit een toespraak van Theodore Roosevelt. Op 23 april 1910 hield hij deze aan de Sorbonne in Parijs.

Mijn persoonlijke notities zeggen dat de passage bekend is als: “ De man in de arena”. De officiële titel van de toespraak is “Burgerschap in een republiek”.

Voor mij gaat dit over kwetsbaarheid en het inzicht dat dit deel uit maakt van het leven, dat ik het dus maar beter kan accepteren:

“Het is niet de criticus die telt; niet degene die ons erop wijst waarom de sterke man struikelt, of wat de man van de daad beter had kunnen doen. De eer komt toe aan de man die daadwerkelijk in de arena staat, zijn gezicht besmeurd met stof, zweet en bloed; die zich kranig weert; die fouten maakt en keer op keer tekortschiet, omdat dat nu eenmaal onvermijdelijk is; die desondanks toch probeert iets te bereiken; die groot enthousiasme en grote toewijding kent; die zich helemaal geeft voor de goede zaak; die, als het meezit, uiteindelijk de triomf van een grootse verrichting proeft, en die, als het tegenzit en als hij faalt, in elk geval grote moed heeft getoond …”

Misschien lezen jullie er iets anders in … Maar ik vind dit stukje alvast de moeite om met jullie te delen. Waar die “ramasse-poussière” al niet goed voor zijn.

Thank you: Trinity 1 year!

1 Year signpostI can hardly believe it myself but Trinity is already 1 year old. A year ago, I made the big jump and became a freelance consultant. A decision I haven’t regretted one single moment. I’ve met many new people, I’ve learned a lot and enjoyed passing on my own experience. So, time to celebrate! Send me a text or a message just saying ‘Trinity’. I’ll let the innocent hand of my son pick a winner. The prize: a free PAPI profile and a coaching session based on the results. Ready, steady, go! 🙂